De naam en vroegst gevonden vermeldingen

BELLE AAN DE SCHELDE.

De naam Schellebelle bestaat uit twee delen: “Schelle” en “Belle”.

- “Schelle” komt van Schelde en werd als prefix gebruikt om het onderscheid te maken met andere dorpen met “Belle” in de naam, o.a. Denderbelle. Veel vroeger schreef men “Scheldebelle” en nog vroeger enkel “Belle “ of - in het Latijn - “Bella”.

- Het woord “Belle” is ontstaan uit het Romaans balliolum, afkomstig van een ouder woord baculiolum (palissade), en betekent: “omheining van stokken”. 

Uit “De Vlaamse Gemeentenamen” (2010).
Uit “De Vlaamse Gemeentenamen” (2010).

We kennen het woord nog in het dialect als baulde: draadhek, afsluitboom van een weide en “balie”: rechtbank. Vroeger moesten de beschuldigden achter een afsluitboom voor de vierschaar verschijnen. Ook ons woord “bareel” zou hiervan afkomstig zijn.

Schellebelle is dus een nederzetting aan de Schelde die met naast elkaar staande stokken afgezet was; zoals in de cowboyfilms.

De plaatsnaam “belle” - met verschillende variaties en samenstellingen - is in gans Europa verspreid en komt tamelijk veel voor. Zo zijn er in Frankrijk al 12 dorpen of steden met de naam Bailleul en in Groot-Brittannië is deze naam zelfs nog veel meer verspreid.

Het waren vooral Kelten (“Oude Belgen”) die hun woning en erf met palissaden omheinden, dit hoofdzakelijk als bescherming tegen wilde dieren.

Feit is dat de plaats Schellebelle al vrij vroeg moet gekoloniseerd zijn. Deze locatie is een oase van vruchtbaarheid in een oorspronkelijk dor landschap. (Serskamp: heuvelrug op de heide, Wetteren: witte zandheuvel, Wichelen: spotnaam “De schooiers”).

Al van bij de eerste kolonisatiegolf ontstond hier waarschijnlijk een vroeg-Frankische nederzetting (in 286 krijgen de Franken toestemming om zich hier ongestoord te vestigen). Franken waren boeren en ze vestigden zich dan ook op de vruchtbaarste landbouwgronden.

 

VROEGSTE VERMELDING.

Frans de Potter en Jan Broeckaert hebben op het einde van de 19de eeuw de geschiedenis van alle Oost-Vlaamse gemeenten geschreven. In 1890 behandelden ze Schellebelle.

De oudste data die ze vermelden, 1019 en 1030, betreffen de fameuze “bedelbrieven” van de monniken van de Sint Baafsabdij. Die doen hun beklag dat “De kerken van Schellebelle, Uitbergen en Massemen door de Noormannen geüsurpeerd zijn”. Met andere woorden: de Noormannen hadden zich de inkomsten van die kerken of parochies toegeëigend. Geen wonder dat de monniken protesteerden, ze waren een deel van hun inkomsten kwijt.

De auteurs hebben er niet bijgeschreven waar ze die bedelbrieven gevonden hebben. Een bewijs hiervan is nochtans onontbeerlijk maar we hebben dit tot op heden nog niet teruggevonden. Hierbij even vermelden dat veel materiaal over de geschiedenis van Schellebelle bewaard werd in het archief van Dendermonde, dat in de Eerste Wereldoorlog volledig is uitgebrand. De Potter en Broeckaert konden dus over documenten beschikken die nu wellicht verloren zijn.

Ongetwijfeld is Schellebelle veel ouder dan het jaar 1000. Ons dorpsplein - een Frankische vestigingsdriehoek - duidt hierop.

De oudste dorpsnamen dateren allemaal uit de periode na de vroege middeleeuwen. De mensen konden lezen noch schrijven en verlieten zelden hun leefomgeving. Zij hadden geen nood om hun dorp een naam te geven. Buitenstaanders en reizigers hadden hier wel nood aan. 


Deel deze informatie: