De Pastorijsite

De pastorij van Schellebelle is zeer oud en heeft een bewogen geschiedenis achter de rug.

DE OUDE PASTORIJ.

In een verslag uit 1623 van bisschop Triest staat dat de toenmalige pastorij vroeger was afgebrand - dit gebeurde in 1580 toen ook de kerk en het Dorp platgebrand werden - en dat het gebouw nog steeds in slechte staat is. Tien jaar later is de toestand al comfortabeler maar het gebouw en het dak zijn nog niet volledig hersteld: Commoda domus pastoralis, sed non satis sarta tectaque. (Het huis van de pastoor is comfortabel, maar niet voldoende hersteld en gedekt) (75321).    

Dat Schellebelle al vroeg een pastorij had duidt op enige welstand want niet elke parochie had toen een pastorij. Wanzele bv. had in 1738 nog steeds geen eigen pastoorswoning (75150).

De pastorij van Schellebelle - waarvan sprake in het verslag van bisschop Triest - was gebouwd in een L-vorm, met een ruime tuin en toegangspoort. Het gebouw had geen verdieping en de dakbedekking bestond uit stro. Ze bevond zich waar de vroegere onderpastorij staat(nu Yoka).

Aan iedere pastorij moest er ook een grote tuin zijn zodat de pastoors er konden in brevieren en werken. Deze tuin werd door pastoor Cornelis Borquelmans (pastoor van 1650 tot 1677), tijdens zijn pastoorschap, met een annex vergroot. (Handboek kerkgoederen, 1686).

Landmeterboek van 1658 (AR 156 / 253).  Kerk en pastorij met toegangspoort en tuin
Landmeterboek van 1658 (AR 156 / 253). Kerk en pastorij met toegangspoort en tuin

DE INKOMSTEN VAN DE PASTOOR.

De pastoors moesten destijds zelf voor het onderhoud van hun woning instaan. Hun inkomsten bestonden uit een vast gedeelte - normaal 1/3de - afkomstig van de tiendenheffing (10% op de verkoop van graangewassen en andere goederen). Dus waren de pastoors die op een parochie met vruchtbare landbouwgrond woonden bevoordeeld, want daar brachten de tienden meer op. Een ander gedeelte van hun inkomsten bestond uit de opbrengst van offerblokken en godsdienstige plechtigheden: missen, huwelijken, begravingen enz. En dus waren de pastoors met een parochie met veel en/of rijke parochianen bevoordeeld.

In slechte tijden leefden veel pastoors in armoede.

 

DE NIEUWE PASTORIJ.

Jaren na elkaar bleef de oude pastorij in slechte staat. In zijn visitatieverslagen maakte bisschop Triest hier herhaaldelijk melding van.

In 1665 gaf het bisdom een lening om de vroeger geleden schade te herstellen (na de brand van 1580 werd het gebouw in 1587 nog eens verwoest door een Duitse legerbende) en er kwam een grondige verbouwing voor een bedrag van meer dan 680 gulden. 


Rekeninghe en(de) bewijs van den uijtgheef /ghedaen aen mijn Heer den lantdeken over / de nieuwe metserije ende timmeragie / op de pastorij gront van schellebelle ghedaen / bij den Heer pastoir van Schellebelle voorsyt a(nn)o 1665… (75038).

Als gevolg van de Franse Revolutie (1789) en de inlijving bij Frankrijk (1795), werden alle kerkelijke inkomsten en bezittingen ook hier genationaliseerd. Maar waarvan moesten de pastoors nu leven en wie ging voor het onderhoud van de kerken en andere godsdienstige gebouwen instaan? In 1801 sloot de Franse keizer Napoleon Bonaparte een overeenkomst met de paus (het concordaat van 15 juli 1801). Hierin werd overeengekomen dat alle kerkelijke bezittingen staatseigendom bleven maar dat in ruil de Staat aan alle geestelijken een vaste maandwedde zou betalen en dat de pastorijen en kerken door de gemeenten moesten onderhouden worden. Tevens werd van de gelegenheid gebruik gemaakt om de bisdommen te herstructureren. (Parochieregister 1803).

Het was nu de plicht van de gemeente Schellebelle om de oude pastorij, die dringend aan herstel toe was, te renoveren of om een nieuwe te bouwen.

In 1850 werden de plannen voor een nieuwbouw gemaakt en in 1859 nam pastoor J. B. Verdickt als eerste bewoner zijn intrek in het nieuwe gebouw: het statige herenhuis zoals wij het nu kennen (75360).

Pastorij rond 1905.

Gebouw en ommuurde pastorietuin, waaronder “een aantal in omvang en door hun silhouet opvallende bomen onder meer een grote rode beuk, een varenbeuk, buxus en twee lindebomen”, werden op 18 maart 2008 als monument beschermd.

Zoals op voorgaande foto - genomen rond 1905 - te zien is, hadden de hekstijlen toen een ronde vorm en was de tuin oorspronkelijk door een haag omsloten.

DE ONDERPASTORIJ.

Met het afbraakmateriaal van de oude pastorij werd in de tuin de bouw van een zondagsschool gepland (75281). Uiteindelijk werd deze school in de Drabstraat gebouwd en zeer waarschijnlijk niet met het gerecupereerd bouwmateriaal van de vroegere pastorij. Dit aangezien de oude pastorij maar in 1889 afgebroken werd om plaats te maken voor de onderpastorij. Bij gemeenteraadsbeslissing van 6 februari 1899 werd daarvoor 2,5 aren grond voor 99 jaar aan de kerkfabriek in erfpacht gegeven. 

Onderpastorij, anno 1993.

DE LIJKSTEEN.

In de hof onder de rode beuk, ligt een grote platte, rechthoekige steen met een gat in. Dit is een lijksteen. Hij werd door de heemkring gerecupereerd uit het Maricolenklooster. Wanneer een mens of dier sterft dan is het lichaam wel afgestorven maar niet de micro-organismen die in de maag en darmen leven en voor de vertering van het voedsel zorgen, die blijven hun werk doen en hierbij ontstaan darmgassen (een mens laat ongeveer 2 liter winden per dag) waardoor lijken gaan opzwellen. Zelfs zo erg dat een lijk kan openbarsten wanneer de overledene kort voor zijn dood nog goed gegeten heeft. Die gassen kunnen ook via natuurlijke weg het dode lichamen verlaten en dat gaat soms met geluid gepaard waardoor men zou denken dat ze nog leven. Om dat alles te voorkomen en de natuurlijke ontbinding tegen te gaan, moet men een lijk zo vlug mogelijk afkoelen en koud bewaren

De lijksteen, anno 2016.

Maar vroeger kon men lijken niet goed afkoelen, daarom werden ze op een grote steen gelegd omdat die altijd koud is. De lichamen werden ook op die steen gewassen en het gat in de steen dient om langs daar het badwater te laten weglopen.

De begraving vond bijna altijd drie dagen na het overlijden plaats. In warme landen is dat nu nog steeds zo vlug mogelijk, meestal zelfs de dag van het overlijden.


Deel deze informatie: